Blije Bijen

n a t u u r l i j k  !


BIJ dragen


Wat helpt bijen - honingbijen èn wilde bijen - nou het echt? Het klinkt simpel en dat is het ook: liefde voor leven. Wurmen, mieren, pissebedden, uitgebloeide veldjes, randjes onkruid, gevallen bladeren, alles draagt bij, mag er zijn en heeft een waarde in het grotere geheel. Het helpt om niet in te grijpen, of alleen als het echt moet. Vertrouwen geeft rust, en dat is in de natuur een toverwoord.

In steden doen bijen het beter dan op het land, dat zegt iets over onze landbouw en voedselconsumptie, maar ook in steden zien we steeds vaker betegelde tuinen, of tuinen met kunstgras en een bloempot ernaast, speeltuinen, sportvelden van kunstgras. Dat gaat allemaal ten koste van de uitwisseling tussen wortels ondergronds en begroeiing bovengronds, er is geen lucht meer in de bodem, het bodemleven verstikt. Het overtollige regenwater wordt niet meer opgenomen, er groeit immers nauwelijks nog iets wat het kan opnemen, het evenwicht is verstoord.

Bijen halen nectar en koolhydraten uit bloemen in de omgeving. Ze brengen er nieuw leven in terug doordat er na hun bezoek vruchten groeien, voeding voor later. Maar die omgeving is verarmd, verschraald, versteend, verzilt, vergiftigd, er is te veel monocultuur en te weinig diversiteit aan planten en dieren.

Bij mensen overheerst vaak een onverklaarbare drang om de natuur naar zijn of haar hand te zetten, ook in de bijenhouderij.

Daarom wat tips om de omgeving te versterken:


  • Geef dracht, gebruik iedere strook of hoek, maar gooi liever nog tegels en kunstgras eruit en zaai of plant bijenbloemen, bijenbomen of bijenstruiken (drachtplanten) en gebruik in geen enkel geval gif.
  • Wilg, fruit, esdoorn, meidoorn, paardenkastanje, acacia, linde, vuilboom, liguster, klimop, wingerd, berberis, honingboom, kornoelje, mahonia, sneeuwbes, hazelaar.
  • Bijen zijn al een ietsiepietsie geholpen door lege plekken in april in te zaaien met kant-en-klaar bijenbloemenmengsel. Daarin zit vaak: phacelia, boekweit, mosterdzaad, radijs, koriander, goudsbloem, kummel, dille, bernagie of borage, korenbloem, kaasjeskruid. Het bloeit de hele zomer en ziet eruit als een veldboeket. Zie onderaan deze pagina voor meer wilde bijenbloemen.
  • Eén flinke lindeboom draagt ca 10 voetbalvelden vol bloesem.
  • Bijen hebben een voorkeur voor lip- en vlinderbloemigen: klaver, klokjes, korenbloemen
  • De ontwikkeling van het bijenvolk volgt de natuur, de natuur volgt het weer.
  • De wilg is de belangrijkste stuifmeelleverancier voor wilde en honingbijen. De explosieve groei van bijenvolken in de lente loopt in de pas met de bloei van wilgenbomen. Snoei wilgen daarom niet allemaal tegelijk, maar bijvoorbeeld om het jaar.
  • De geurende lindes zijn 's zomers waardevol als leverancier van stuifmeel en nectar in de aanloop naar het aanmaken van winterbijen. Lindebomen zijn in de geschiedenis alom geëerd als heilige boom, Romeinen noemden het "Bijenweide". 
  • Na de winter doen bijen zich tegoed aan het stuifmeel van de bollen en knollen van sneeuwklokjes, krokussen, blauwe druifjes, winterakonieten, anemonen. Uien zijn zeer nuttig voor bijen, maar moeten van tijd tot tijd worden herplant.
  • Biologische bollen en knollen worden niet in gif gedoopt. Slechts 0,1% van de Nederlandse bollen wordt biologisch gekweekt.
  • Speciaal bijenbloemenmengsel is april 2014 ingezaaid in de bakken aan de straatkant van de Raamweg. Zowel honing- als wilde bijen profiteren daarvan. Het zaaigoed bevat zaden van: Bernagie (komkommerkruid), Bladrammenas, Boekweit (vroeger een hoofdteelt), Dille, Goudsbloem, Komijn, Korenbloem, Koriander, Malva, Phacelia, Witte mosterd, en een ‘margrietenmengsel’ van Akkerhoornbloem, Bleke klaproos, Gele morgenster, Gestreepte witbol, Gewone brunel, Gewone rolklaver, Gewone spurrie, Gewoon biggenkruid, Gewoon duizendblad, Gewoon reukgras, Gewoon struisgras, Glad walstro, Grasmuur, Grote ratelaar, Kleine leeuwentand, Kleine ratelaar, Knoopkruid, Kruipende boterbloem, Margriet, Rode klaver, Rood zwenkgras, Schapenzuring, Scherpe boterbloem, Sint Janskruid, Smalle weegbree, Stijf havikskruid, Veldlathyrus, Veldzuring, Vlasbekje, Vogelwikke, Beemdkroon, Bitterkruid, Cichorei, Geoorde zuring, Glanshaver, Goudhaver, Groot streepzaad, Grote bevernel, Hopklaver, Karwijvarkenskervel, Kleine klaver, Knolboterbloem, Kraailook, Muskuskaasjeskruid, Oosterse morgenster, Pastinaak, Ruige weegbree, Wilde peen en Zachte dravik.
  • Wilde bijen leggen hun eitjes in holle stengels, ook vogels vinden daar voer. Daarom is het voor het biologisch evenwicht goed om de tuin pas in het late voorjaar op te ruimen en niet al in de herfst.
  • Voor de bouw van een insectenhotel kunt u onbehandelde houtblokken met een scherp boortje inboren, randen afvijlen, en het geheel op ca 1 m hoogte op het zuiden hangen of neerzetten als nestgelegenheid voor wilde bijen. Een andere mogelijkheid is blikjes te vullen met afgesneden takken van bamboe,- rozen-, vlinderstruiken, met riet of dennenappels. De bijen kruipen in de stengels om eitjes te leggen. Gladde randen zijn belangrijk zodat de vleugels niet beschadigen bij binnenkomst, evenals een beschutte, niet te hoge plaatsing op het zuiden. 
  • Het leefgebied van wilde bijen heeft een zeer beperkte actieradius, daardoor zijn ze gevoeliger voor het teruglopen van de biodiversiteit.
  • Eind 2014 zijn we begonnen met het omvormen van de ruimte rondom de bijenkasten tot een eetbare bostuin met fruit, noten, paddestoelen, eetbare bloemen en kruiden. Zowel de honingbijen als de wilde bijen zullen daar enorm veel profijt van hebben omdat er meer dracht komt, na verloop van tijd zullen we kunnen oogsten, maar zover is het nog niet. 
  • De kunst is te gebruiken wat je hebt om de bodem te versterken - koffiedik, paardenmest, bladafval - en daarmee het bodemleven te bevorderen en geen energie verloren te laten gaan. De natuur schept zijn eigen meststoffen en kan alles omvormen, ook narigheid. 
    Bij ons geen bulldozers en bladblazers, maar wel regenwormen en koffie, vooral voor de planten.
  • Wij kijken naar de invloed van het een op het ander, planten die elkaar versterken groeperen we, zoals aardbeien en asperges.